VEKP: Maatregelen voor de energietransitie van kmo’s

In het voorbije decennium werd hoofdzakelijk gefocust op de energie-intensieve industrie. Dit zijn in eerste plaats de industriële bedrijven die onder het EU Emission Trade System vallen, alle grote en energie-intensieve ondernemingen (energieverbruik > 0.1 PJ). Er waren geen verplichte maatregelen voor kmo’s. Daar zal de komende jaren verandering in komen.

In het Vlaams Energie en Klimaatplan 2021-2030 versie 2019 zijn voor de niet-ETS industrie o.a. de volgende maatregelen uitgewerkt:

  • Versterken en verbreden van de vrijwillige energiebeleids-overeenkomsten (EBO’s).

De EBO’s blijven een belangrijk beleidsinstrument om de energie-efficiëntie te verbeteren . Naast klimaat worden ook andere verbredingsthema’s zoals materiaalgebruik, mobiliteit, restwarmte en water bestudeerd. Voor kmo’s worden mini-EBO’s opgesteld. De mini-EBO met Agoria is reeds afgelopen. De mini-EBO met Fevia werd verlengd tot 31 december 2021. In het voorjaar van 2021 werd een pilootproject met Essenscia goedgekeurd.

  • Versterkt wetgevend kader voor energieverbruik door kmo’s.

Vestigingen uit alle NACE codes met een energiegebruik tussen 0,03 en 0,1 PJ zullen een verplichting opgelegd krijgen om een energie-audit op te maken, en rendabele maatregelen uit te voeren. De kleinste ondernemingen (klein in energiegebruik) zullen minimaal een energiebalans dienen op te stellen. Er wordt voor hen ook een lijst met verplicht uit te voeren maatregelen opgesteld op sectorniveau (zogenaamde no-regret maatregelen). Het verstrekt wetgevend kader treedt in 2023 in werking.

  • Stimuleren van de vergroening van energiedragers.

Voor het realiseren van een verdere vergroening van de energiedragers met 10% tegen 2030 wordt ingezet op verschillende paden. Op de eerste plaats wordt ingezet op de duurzame directe opwekking van warmte, o.a. warmtepompen en zonnewarmte, maar ook biomassa kan een rol spelen. Op de tweede plaats de vergroening van aardgas. Op de derde plaats een verdergaande elektrificatie van de industrie.

Sinds 5 november ’21 zijn er bijkomende maatregelen gedefinieerd:

  • Het beschikken van een bedrijfsroadmap naar een duurzame toekomst wordt een voorwaarde voor een aantal steunmaatregelen.
  • Versterking Energiebeleidsovereenkomsten en een aanscherping van de definitie “rendabele maatregel” in het besluit energieplan

De energiebeleidsovereenkomst wordt verbreed naar alle ondernemingen met een Energieverbruik boven 0,1 PJ en het ambitieniveau wordt in overleg met de betrokken sectoren verhoogd. Tegelijkertijd wordt de definitie van een “rendabele maatregel” in het besluit energieplan verscherpt.

  • Hervorming premie na energieaudit

Met een deel van de inkomsten van de nieuwe aardgasheffing wordt de premie voor  energiebesparende investeringen na energieaudit verhoogd om ondernemingen aan te zetten om ook investeringen uit te voeren met een lagere rendabiliteit en die niet verplicht zijn.

  • Versnelde uitfasering steun WKK op fossiele brandstoffen (-100% in 2023)

Bron: VEKP-Voortgangsrapport 2021, 16 jul ‘21, Visienota Bijkomende Maatregelen VEKP, 5 nov ‘21